dinsdag 23 mei 2017

Optisch composteren

“Je weet toch dat glas niet op de composthoop mag”, zei het biodivers vrouwke.

“Haha – grappig hoor” lachte ik haar opmerking weg. 

“Zo heb je er ineens vier” zei ze nog.

“Ja, ik wist het dat ik hem nu ergens zou terugvinden. Nu ik ‘em eindelijk vervangen had – zo gaat dat hé.”



Om dit gesprekje te duiden, moet ik even twee weken terugspoelen.

Want toen ben ik naar de brillenzaak getrokken. Dat was nodig, nadat Dochter, onder invloed van overenthousiaste puberhormonen, door onbedwingbaar armgezwaai mijn enige bril ongeveer onherstelbare schade toebracht. Enkele jaren terug had ik twee brillen, maar mijn werkbril was op raadselachtige wijze verdwenen. En sindsdien nog niet opgedoken.

In de winkel ging ik in op een aantrekkelijk aanbod van de verkoopster (of was het omgekeerd?) en toen had ik opeens drie brillen: een nieuwe werkbril met stevig montuur, een herstelde bril en een oude zonnebril die nieuw glas op sterkte kreeg. Dochter greep dat achteraf aan als vergoelijking – dat het dankzij haar was dat ik een goeie deal geslagen had. Het kind is slim. Puberirritant, maar slim.

Maar er bleef het raadsel waar mijn oude werkbril naar toe was. Al twee jaar was die weg. Gewoonweg verdwenen. Niet dat het een enorm verlies was, want het ding was al eens bij het snoeien door een rondzwiepende tak – ook last van hormonen? - van mijn hoofd geslagen. Daarna had ik er dan nog mijn voet opgezet waardoor het een wonder mag heten dat ik het nog min of meer in vorm kon wringen.

Een schoonheid was het dus niet meer, maar ik kan het niet goed verdragen dat een nuttig voorwerp zomaar verdwijnt.

Maar nu is ie dus terecht! Na een verblijf van twee jaar in een composthoop werd ie opeens weer opgevorkt. Bij het zeven van de compost rolde ie zomaar voor mijn voeten!



En na een spoelbeurt en wat olie op de scharniertjes blijkt het ding nog best bruikbaar als werkbril.
Ik moet gewoon eens langs bij de brillenwinkel, want de silicone neussteuntjes zijn als enige onderdeel wel gecomposteerd.

“Dag mevrouw, kan U op deze bril van die nieuwe neusdingetjes monteren?”

Ik kan me nu al de blik van afgrijzen op het gezicht van de verkoopster voorstellen. Weliswaar aantrekkelijk, maar vol afgrijzen.

zondag 14 mei 2017

verjongingskuur voor de haag

Redelijk gedurfd vond ik dat, zo zes weken voor de VELT ecotuindag een haag halveren in hoogte.

Maar het was nodig. Vorig jaar was het zo'n miezerig verzopen seizoen dat alles snakte naar wat zon en warmte. En die hoge haag nam te veel van dat weinige licht weg van de border.



Dus kocht ik me een nieuwe en langarmige snoeischaar en knipte in enkele avonden de helft van de centrale cirkelvormige haag weg.





Dat resulteerde in een hoop meer openheid in de tuin. Plotseling kan ik de borders rond de cirkelterras over de haag heen zien en vanop de cirkelterras zie je nu het hooilandje en de appelaars.

Het resulteerde ook in een hele hoop takken, welke kort daarna verhakseld werden en nu een knisperig paadje vormen. 



Alleen hoop ik dat, nu de kou eindelijk voorbij is, die haag zich eindelijk begint te sluiten. Want het is nu geen zicht zo, met de open tuindag in het verschiet. Nog drie weekjes te gaan, dus er mag schot in komen.



maandag 24 april 2017

De frisse adem van koning Vorst

Afgelopen week werd de tuin geplaagd door late vorst. De frisse adem van deze laat aangekomen koninklijkheid heeft sommige planten toch parten gespeeld.


Kijk eens naar appelbloesem of Japanse blauwe regen ...


Van Buxus werden de jonge scheuten afgevroren - natuurlijke snoei zal ik maar zeggen ...


Ook bij de tere varens en de Kraailookjes gingen de topjes er af ...


Maar waar ik het meest van schrok is dat zelfs de aardappels onder tunnel de frisse adem van koning Vorst mochten voelen ...

Maar dat was mijn eigen schuld. De tunnels waren niet tot op de grond dichtgetrokken :-/

zondag 23 april 2017

Geslepen en gladjes

Beitels kunnen erg scherp zijn wanneer net aangeschaft. Maar je moet ze tijdens het gebruik ook scherp houden. Ook hiervoor bekeek ik op tinternet wat tutorials en als gevolg kocht ik me een set Japanse waterstenen, inclusief een handige klem om ze tijdens gebruik vast te zetten.




Japanse waterstenen bestaan in verschillende gradaties, van grof naar heel fijn. Er zaten er vier in de set. De grofste (korrelgrootte 220) wordt gebruikt om van je werktuig (keukenmes of beitel) een behoorlijk deel af te slijpen. Dat doe je als de vorm niet goed meer is of na beschadiging. De fijnere stenen dienen om echt te slijpen. Daarbij begin je steeds bij de minst fijne steen (1000) en stap je geleidelijk over tot de fijnste steen (2000 tot 5000). Daarmee kan je je werktuig tot scheermeskwaliteit slijpen.



Waterstenen heten zo omdat je er moet voor zorgen dat er bij het slijpen steeds een laagje water op de steen staat. Je moet de steen ook voor het gebruik een tijdje onder water zetten, tot er geen lucht meer uit ontsnapt. Als er bij het slijpen geen water op staat, kan de steen snel beschadigd raken. En dat is zonde, want het zijn dure dingen.



Om de hoek waaronder je slijpt constant te houden bestaan er hulpmiddelen. Voor messen zijn er van die klemmetjes en voor beitels en de messen van schaven zijn er rollende geleiders die je op de beitel kan klemmen.



Het vergde wat oefening maar éénmaal ik het wat te pakken kreeg was ik erg tevreden over het resultaat. Het lukt me nu zelfs makkelijker zonder geleider - de balans was niet goed door de zware beitels die ik gebruik. Vooral de demi-bisaigue wou steeds naar achter kantelen.



Deze stenen zijn me nu al onmisbaar geworden.

maandag 10 april 2017

Dalmatiërkruid

Niet normaal is dat - zo goed ze het doen in de tuin.

Het begon allemaal jaren geleden in dit hooilandje.



Het uitzaaien van wat orchideeënzaad werd aanvankelijk beloond met enkele frêle plantjes.



Na enkele jaren stonden er meer dan dertig stuks. En vonden ze het tijd om uit te zwermen ...

In 2012 stuurden ze een verkenner uit, nog braaf op de rand van het gazon


Twee jaar later vond ik er zes, verspreid en verdekt opgesteld in het gazon. Ze werden voorzichtig, als test, verplaatst naar het hooilandje.


Het jaar er op, in 2015 bleken er opeens een stuk of negen op te komen in het korte gras, en zelfs in potten. Gezien die zes van het jaar er voor jaar de verplaatsing goed overleefden werden deze negen verzet naar een border, aan de voet van de krulhazelaar.




Vorig jaar, in 2016 stonden de meeste van de verplaatste exemplaren al in bloei, dus mijn voorzichtige transplantaties bleken succesvol.  Ik ontdekte er nog bijkomend een veertigtal in het gazon maar liet ze ongemoeid, op de vijfentwintig exemplaren na die gegarandeerd gingen platgetrapt worden. Die gingen ook naast de krulhazelaar, en een deel naar het hooilandje, waar ze gedorie thuishoren - en veilig staan.

Maar nu! Vermits we veel volk verwachten met de Velt-ecotuindag op 4 juni was het beter om ze toch allemaal te verplaatsen naar de borders - schrik dat ze vertrappeld worden.


Dus begon ik ze uit te graven en te verplanten. 


Ik had geen idee waar ik aan begon ...




...  De teller van dit jaar staat al op 93


Ik denk dat ze gaan voor de honderd, gelijk de Dalmatiërs - vol vlekken en met honderd. 
... En net als jonge honden - lastig in te tomen.


P.S. Laat deze blogpost niet geïnterpreteerd worden als een handleiding, en al zeker niet als een vrijgeleide om inheemse orchideeën in het wild te gaan roven. Gevlekte orchis en alle overige inheemse orchideeën zijn beschermde soorten en uitgraven in het wild is verboden! De biodiverse tuin blijkt na al die jaren ekologisch beheer een geschikt biotoop voor deze soort te zijn. Als je dus ook inheemse orchideeën in je tuin wilt - ga dan voluit voor een ekologisch beheerde tuin.

zaterdag 8 april 2017

In de kring

Ik woon in een heksenstreek. En mijn dorp is een heksen dorp.




Dat zie je aan het beeld aan de ingang van het dorp, dat zie je ook aan het frietkot en dat zie je zelfs aan sommige gevels ...




Het “bebouwde kom” bord dat je ziet bij het binnenrijden van het dorp was zelfs een tijdlang getooid met een overvliegende heks. Waar hebben ze dat, vraag ik je - als toeristische attractie kan dat tellen!


Er is zelfs een folkloregroep met een heksen naam (Makrallen) en het mag niet verbazen als je al eens een heksevel tegen het lijf loopt, ook al is het nog geen volle maan.




Dus je geraakt er wel aan gewoon - aan al dat heksengedoe.
Maar allemaal goed en wel – maar is dit nu echt nodig in mijn gazon?



donderdag 6 april 2017

Aan de tap



Pa aan het werk met trekmes en shave pony 

Het is niet omdat we een Shave Pony hadden dat we daarom ook al tappen konden snijden. Je hebt ook een goed trekmes nodig. Op vakantie in de Dordogne stond er op de jaarmarkt in het dorp een verkoper van tweedehandse werktuigen. Daar was er een local die net voor mijn neus een prachtig en groot trekmes wegkaapte. Ik stelde me dan maar tevreden met de tweede keus, die achteraf gezien nog niet zo’n slechte keus was. Het is een trekmes met een lemmet van ongeveer 20 cm, met twee bolle handvatten. Het is in het midden wat meer uitgesleten, maar dat komt op termijn met het slijpen weer in orde. 

Zo’n trekmes is niet alleen onmisbaar om tappen te snijden, maar is ook handig om slechte stukken (beschadigd of spinthout) uit de balken te snijden. Daar krijgen ze zo’n “artisanaal” uiterlijk mee. Mijn Schoon Vader, die een ambachtelijke trappenmaker is, vroeg me zelfs of ik mijn hout ging “snijden” in plaats van schaven … blijkbaar gebeurt dat dan ook met zo’n mes.



Het hout dat gebruikt werd om de tappen uit te snijden haalde ik bij dezelfde lokale houtzagerij. Ik ging er naar toe om wat geschikt eikenhout te bestellen, wat nog niet gedroogd en liefst zonder knopen mocht zijn om het klieven te vergemakkelijken. Maar toen Houtman hoorde waar het moest voor dienen, had ie een beter voorstel. Ik moest enkele dagen later eens terugkomen, dan zou ie iets geschikt hebben voor me.

Toen ik nieuwsgierig langsging, bleek er een meer dan twee meter lange en meer dan 70 cm dikke tamme kastanje stam klaar te liggen. Prachtig was dat, want kastanje klieft makkelijk. Denk maar aan die kastanjehouten hekjes die verkocht worden. Er is een reden waarom dat in die houtsoort is, en dat is niet alleen om de rotbestendigheid er van. 



Houtman zaagde de stam in schijven van de goede lengte (zo’n 25 cm) en verdween dan even om een zware kliefhamer te halen. Hij hakte daarna elke schijf met indrukwekkende zwaaislagen in stukken, zodat ik ze in de wagen kon laden. Twee keer heen en rijden was nodig om alles thuis te krijgen.



Pa ging er onmiddellijk mee aan de slag en nog voor ik de tweede lading afgezet had, lagen er al enkele testversies klaar. En direct enthousiast! De stukken kastanje splijten gemakkelijk – je moet er maar een hakmes op zetten en een tik met de hamer te geven. En het snijden verliep ook makkelijk, alleen was dat tijdsrovend zonder een goed toestel om de houtstukjes vast te klemmen en snel te kunnen keren. En zo kwamen we bij de Shave Pony uit.

maandag 27 maart 2017

Scheer je paard

Een belangrijk en meestal onmisbaar onderdeel van de pen-gat verbinding is de tap waarmee de verbinding vastgezet wordt. Pa beweerde dat die tappen taps toelopen (van daar de naam natuurlijk), en dat de gaten waarin ze vastgeklopt worden, dat ook zijn. Toen ik dat hoorde brak het koud zweet me uit. Honderd pengaten en bijbehorende pennen uitkappen zag ik wel zitten. Maar meer dan honderd geboorde gaten taps toelopend uitvijlen zag ik niet zitten. Laat staan dat ik zag hoe ik eikenhouten tappen zou maken die daar netjes in passen? Ik vreesde al te moeten zoeken naar een houtdraaier in de buurt …

Gelukkig bracht het internet soelaas. Ik bekeek verschillende filmpjes van mensen die de gekste manieren uitvonden om tappen te maken, maar dat ging meestal om de kleinere diameters die ze in de meubelfabricage gebruiken. Tot ik plotseling op dit filmpje stootte: 



Dat bleek dus helemaal niet nodig te zijn dat die tappen zo precies gemaakt worden! Min of meer de goede diameter en ietwat (acht)kantig van doorsnede is goed genoeg. Maar de revelatie in het filmpje was voor mij vooral het ding waar die man op zat om de tappen te snijden!

Blijkbaar gebruiken ze in Amerika voor het snijden van de tappen (pegs) een speciaal daarvoor ontworpen houten klem. Dat ding is zo groot dat je er kan op gaan zitten, alsof je op een paard zit. En wellicht komt daar de naam vandaan: Shave Horse. Je zit op de bank en bedient de klem met je voeten. Wat maakt dat je beide handen vrij hebt om de tappen uit te snijden. De klem valt als je de druk van de voeten wegneemt onmiddellijk open waardoor je snel het houtje kan draaien en weer vastklemmen. Dat werkt dus heel snel.

Deze kerel toont hoe je een simpele Shave Horse zelf kan bouwen:



Toen ik deze filmpjes aan pa toonde was ie niet alleen geïnteresseerd om de klem te maken, maar ook die tappen voor me te snijden. Zijn enige bezwaar was dat ie het een veel te groot ding vond. Niet te groot om te maken, maar te groot om in zijn werkplaats te zetten. Maar gelukkig bestaat er ook een Shave Pony. Zoals de naam laat uitschijnen is het een verkleinde uitvoering van het Shave Horse, een versie die je gewoon op een werkbank kan klemmen. Hier een leuke tutorial die als voorbeeld gediend heeft voor onze Shave Pony:



dinsdag 21 maart 2017

Vriendjes in een pot

Pal in het midden staat ie. Het tere plantje lijkt wel beschermd te worden door een kring van stoere bewakers rondom. Of misschien zijn het gewoon vriendjes en is het prettig samen vertoeven. 



In het midden een Gevlekte orchis omringd door stengels van Hosta ‘Blushing Blue’, een creatie van mede-blogger Supermasj van de blog Fruitberg.

Houtman

Beslissen waar ik mijn eikenhout voor de carport zou bestellen was niet moeilijk. Elke dag neem ik ‘s morgens de trein naar Brussel, vanuit een klein stationneke aan de rand van het Pajottenland. En elke dag zie ik de beuken- en eikenstammen liggen bij de éénmans houtzagerij langs het spoor. Mooi verzaagd en gestapeld liggen ze te drogen aan de lucht, te wachten tot ze gekocht worden door een trappenmaker. Want de houtzagerij levert al drie generaties lang speciale maten hout voor de traditionele trappenmakerij, tot in Zwitserland toe.



Houtman, zo zal ik de zaakvoerder maar noemen, is een vriendelijke man die zijn klanten graag tevreden stelt. Het was dus geen probleem om er eikenhout in de maten 15 x 15 en 10 x 15 cm te kopen, in de gewenste lengtes tot vier meter. 

Bij het uitladen werd onmiddellijk duidelijk dat het ineen steken van de constructie een hele klus zou worden. De langste en dikste balken wogen al gauw negentig kilo per stuk.



De bestelling werd deze winter geleverd, alles werd mooi gestapeld op tussenlatjes om de wind er door te laten en onder een dekzeil gelegd. Zo konden ze droog blijven of verder drogen alvorens verwerkt te worden.


Ondertussen heb ik het hout gesorteerd op dikte en lengte - beter voor het overzicht.


En het zeil werd aan de muur vastgemaakt met rekkers (elastieken) en zo kan ik er een overkapte werkplek van maken. Stukken beter dan in de voor dit soort werk te nauwe garage.

donderdag 16 maart 2017

'k zit gebeiteld

Het maken van pen-gat verbindingen gebeurt met aangepast materiaal. En als je een artisanale aanpak wil dan ben je haast verplicht om ook op zoek te gaan naar ambachtelijk gefabriceerde werktuigen. In België was dat nergens te vinden, maar gelukkig kon ik met behulp van google enkele firma’s in de buurlanden opsporen die de houtbewerker van gespecialiseerd materieel kunnen voorzien.

Ik bestelde tenslotte bij een firma in de banlieu’s van Parijs. Na veel wikken en wegen ging ik niet voor de volwaardige Bisaïgue. De verleiding was groot, maar een stootbeitel in huis halen van anderhalve meter lang en 4,5 kg zwaar leek me er toch iets over. Maar het blijft een intrigerend voorwerp, dat op maat gesneden is voor het uitsteken van een mortise (zo heet in het Frans – én Engels - het gat van de pen-gat verbinding). Het ding bestaat uit een lange staaf waar aan de ene kant een platte, maar brede beitel zit en aan der andere kant een smalle hoge beitel die dwars op de richting van de eerste gemonteerd is.


Bisaïgue

De platte beitel (ciseau) dient om de pengaten uit te stoten en de hoge steekbeitel (bédane) dient om de bodem van het gat gelijk te steken. De vorm van de bédane werkt als een hefboom, waardoor er voldoende kracht gezet kan worden om bedachtzaam te werken. Het hele ding heeft halverwege een handvat gelast en er wordt staand op of schrijlings over de zware balk gewerkt. Ik vermoed dat je door het gewicht van het ding niet te veel extra kracht moet zetten bij het gebeitel. Door de lengte kan je ook heel gericht werken, mede omdat het ene uiteinde op de schouder gelegd wordt. Alleen oppassen dat je je oor niet verbeitelt. Want de stootbeitel heeft ook geslepen zijkanten – kun je nagaan … en scherp dat dat is!


Voor mensen zoals ik, die zo’n dubbele stootbeitel te veel van het goede vinden, is er ook een demi-bisaïgue. Dat is hetzelfde, maar dan alleen de helft met de platte stootbeitel. Een stevig handvat maakt dat het een goed werktuig is om pengaten die met een machine voorgeboord zijn, af te werken. Alhoewel het anderhalve kilo weegt, is dat niet genoeg om een gat volledig uit te steken. Het exemplaar dat ik kocht is in Oostenrijk gemaakt, bij een ambachtelijke, werktuigensmederij met roots tot in 1675.

De demi-bisaïgue is 5cm breed en heb ik aangevuld met een aparte steekbeitel van 12mm om de bodem van de gaten vlak te hakken.


Demi-bisaïgue
Grote steekbeitel
En dan kocht ik ook deze stevige jongen. Vermits er ook eens krachtig doorgehakt moet worden schafte ik me een zware, volledig stalen houtbeitel aan. Je mag er – in tegenstelling met een gewone houtbeitel – gewoon met een stalen hamer voluit op meppen. Moet je met een gewone beitel niet doen! Met een perfect geslepen snijvlak van 35mm is dit de laatste weken mijn lievelingswerktuig geworden. Vergeleken met een klassieke houtbeitel met houten handvat is dit de grote stoere broer, die kan komen opdraven voor het zware werk. De beitel is lichtjes schuin op de steel gelast. Hierdoor kom je niet in plaatsnood als je diep uitwerkt. En het ding is wellicht met een robot geslepen, want vlijmscherp als een samoeraizwaard.


Zo op de foto naast een “gewone” houtbeitel van 20mm zie je pas het verschil duidelijk.

maandag 13 maart 2017

Les assemblages des ossatures ...

Ik heb zo’n neefje die er al jaren een sport van maakt om zich voor allerhande cursussen in te schrijven. Dan was het een kookcursus, dan weer voor barista of lasser. En een collega die ging voor beenhouwer, en daarna voor internationale betrekkingen. Ik heb daar wel bewondering voor, maar die energie opbrengen om na je dagtaak nog eens je huis uit te moeten – dat is er te veel aan.

Huismus als ik ben, moet ik mijn kennis elders halen. Gelukkig bestaat er tinternet – ongelooflijk wat je met de juiste zoekwoorden te voorschijn kan toveren. Nu moet ik zelfs niet meer naar de bib, zoals vroeger! Niet dat ik niet graag naar de bib ga - integendeel, maar nu ik met dat artisanaal gehouw in houten balken bezig ben, betwijfel ik zelfs of dat soort info zomaar in een doorsnee Vlaamse bib zou te vinden zijn. Joetjoeb bleek een onschatbare bron van instructiefilmpjes voor me te zijn en googleman vond vlotjes voor me een uiterst interessant boekwerk over traditionele houten verbindingen, zij het niet in het Nederlands.

Nochtans boeken genoeg in het Nederlands over houtbewerking. Maar die beperken zich meestal tot de technieken die eigen zijn aan de meubelmakerij. Blijkbaar zijn wij in onze streken de traditionele technieken voor de bouw van gebinten vergeten. Of toch vergeten ze op te schrijven. Dus moest ik noodgedwongen dit Franse boek aanschaffen, dat dan weer uit het Duits bleek te zijn vertaald.

Dus dit is zowat mijn naslagwerk geworden: Manfred Gerner’s boek “Les assemblages des ossatures et charpentes en bois”. Dhr. Gerner is blijkbaar prof. aan een technische hogeschool en specialist in houtverbindingen. Hij maakte lange reizen naar het oosten om de oosterse houtbouwkunst te bestuderen, en dat weerpiegelt zich in het boek met foto’s uit Bhutan, Nepal, India, Japan en China, en enkele schema’s die tonen hoe de houtgebintebouw er een ware kunst geworden is. Trouwens - als je dat eens dicht bij huis wil bewonderen: in het dierenpark Paira daiza zijn er enkele prachtige Chinese gebouwen opgetrokken – ware 3D-puzzels (dat thee-huisje - de max!).



Maar ik mag dat boek niet aanprijzen alsof het een echt kijkboek is, want alhoewel hij de eerste veertig pagina's uitgebreid ingaat op de historiek en ontstaansgeschiedenis van de houtbouw, is het werk voor de overige honderdvijftig pagina's eerder een ouderwets instructieboek, gevuld met honderden duidelijke schema’s van houtverbindingen die gebruikt worden in de traditionelere Europese gebintebouw.

Dat bleek net te zijn wat ik nodig had, dus erg tevreden van de aankoop.